Verdoving voor uw operatie (Anesthesie)


U wordt geopereerd aan het oog of rondom het oog. Voor de operatie bespreekt de anesthesioloog (arts) met u de voor u meest geschikte en mogelijke alternatieven, zodat u samen een weloverwogen beslissing kunt nemen.

Soorten verdoving

De keuze van de verdoving hangt af van onder andere de soort en plaats van de geplande operatie. De beschikbare verdovingsvormen zijn:

Plaatselijke verdoving door middel van druppels
Bij deze verdovingsvorm wordt alleen het oppervlak van het oog verdoofd. Deze vorm wordt veelal toegepast bij operaties aan het hoornvlies en bij staar. Tijdens de operatie kunt u blijven zien en u kunt uw oog bewegen. Tevens houdt u gevoel in de huid en de oogleden.

Plaatselijke verdoving door middel van een injectie:
onder of door het bindweefsel (subtenon anesthesie)
Bij deze verdovingsvorm krijgt u een injectie door het bindweefsel in een ruimte tussen de oogbol en de oogkas. Deze verdoving is niet alleen bedoeld om de operatie pijnvrij te maken, maar ook om de bewegingen van het oog te verminderen. Hierdoor kan het zicht tijdelijk vermindert zijn.

Plaatselijke verdoving door middel van een injectie:
naast of onder de oogbol (retrobulbaire anesthesie)

Het plaatselijke verdovingsmiddel wordt achter de oogbol gespoten. Bij deze verdovingsvorm wordt niet alleen de pijn uitgeschakeld, maar worden ook de bewegingen van het oog en de oogleden uitgeschakeld, zodat de operatie gemakkelijker uitgevoerd kan worden. U kunt niets zien zolang de verdoving werkt. De werking van het verdovingsmiddel kan soms tot 48 uur duren.

Algehele verdoving (narcose)
Bij een algehele verdoving (narcose) krijgt u een slaapmiddel door middel van een infuus toegediend. U valt in slaap en wordt pas na afloop van de operatie weer wakker.

Combinaties
Het is mogelijk dat enkele verdovingsvormen met elkaar  gecombineerd worden. Meestal wordt er voor de operatie een infuusnaald ingebracht. Hierdoor kunnen een verdovingsmiddel, pijnbestrijding, een kalmeringsmiddel of andere medicijnen gegeven worden.

Aanvullende maatregelen

Naast de verdoving, bestaan er enkele aanvullende maatregelen:

Korte narcose (sedatie)
Om u het ongemak van de injectie te besparen, kan in sommige gevallen een kortdurende narcose gegeven worden. Dit zorgt ervoor dat u de injectie naast of onder de oogbol niet bewust meemaakt.

Kalmeringsmiddel
Indien u erg zenuwachtig bent voor de operatie, kunt u een rustgevend medicijn krijgen. Dit gebeurt via een infuusnaald in uw arm of u krijgt een tablet op de Verpleegafdeling. Het medicijn zorgt ervoor dat u slaperig wordt. Over het algemeen bent u wel aanspreekbaar. Na de operatie is het mogelijk dat u slaperig bent en dat u zich (een gedeelte van) de operatie niet meer herinnert.

Pijnmeting

U bent de enige die ons kan vertellen of u pijn heeft en hoe erg die pijn is. Met een meting kunnen wij beter inzicht krijgen in de mate van pijn en welke eventuele pijnbestrijding u daarbij nodig heeft. Omdat pijn voor iedereen verschillend is, kan het geven van een cijfer (van 0 tot 10) daarbij helpen. De verpleegkundige zal een aantal keren vragen om zo'n cijfer te geven.

U kunt nooit een verkeerd cijfer geven. Het gaat immers om de pijn die u ervaart. Bij het geven van een pijncijfer kan het helpen om terug te denken aan pijn waar u eerder last van heeft gehad, zodat u deze kunt vergelijken met uw huidige pijn. Als u op meerdere plaatsen pijn ervaart, registreer dan de pijn die u als ergste ervaart. Heeft u alleen op specifieke momenten pijn, bijvoorbeeld bij het knipperen van het oog, dan geeft u het cijfer voor de pijn op dat bewuste moment.

Natuurlijk kunt u pijn altijd bespreken met de arts of de verpleegkundige en hoeft u niet te wachten tot een verpleegkundige u vraagt om uw pijncijfer te geven. Heeft u over het geven van een pijncijfer nog vragen, stel die dan gerust.

Voor de operatie

Eten en drinken

  • Bij een plaatselijke verdoving van het oog door middels van druppels, een subtenon anesthesie of een retrobulbaire anesthesie zonder korte narcose kunt u van tevoren gewoon eten en drinken.
  • Wanneer u een algehele verdoving (narcose) krijgt of een retrobulbaire anesthesie met korte narcose, dient u nuchter te zijn:
    • Als u in de ochtend wordt geopereerd (voor 13 uur): dan mag u vanaf 24 uur 's nachts niet meer eten, maar wel tot twee uur voor de opnametijd uitsluitend water, thee met of zonder suiker, of heldere appelsap drinken.
    • Als u in de middag wordt geopereerd (na 13 uur): dan mag u voor 6.00 uur 's morgens 1 beschuit met jam eten en tot twee uur voor de opnametijd uitsluitend water, thee met of zonder suiker of heldere appelsap drinken.

 

Medicatie
In overleg met uw oogarts of anesthesioloog is besproken welke medicatie u nog mag innemen op de dag van de operatie. Dit geldt vooral wanneer u suikerziekte (diabetes) heeft en/of bloedverdunners of prednison gebruikt.

Cosmetica, hulpmiddelen en sieraden
Voordat u naar het ziekenhuis komt, vragen wij u cosmetica te verwijderen (make-up, nagellak, henna, etc.). Verwijder alstublieft voor de operatie sieraden (bijvoorbeeld piercings, ringen, oorbellen). Tandprotheses, brillen, contactlenzen en gehoorapparaten moeten ook verwijderd worden voor de operatie, maar neemt u deze wel mee.

Na de operatie

In principe geldt dat de plaatselijke verdoving na de operatie nog enige tijd aanhoudt. Na de operatie verlaat u het ziekenhuis samen met uw begeleiding. Door de nawerking van het verdovingsmiddel en/of kalmeringsmiddel mag u de eerste 24 uur na de operatie niet actief deelnemen aan het verkeer (zelf autorijden of fietsen), geen risicovolle bezigheden uitvoeren, geen belangrijke beslissingen nemen, geen alcohol drinken of roken. Indien u alleen een verdoving door oppervlakkig werkende oogdruppels heeft gekregen, gelden deze leefregels tot ongeveer 1 uur na de operatie. Afhankelijk van de oogoperatie die bij u heeft plaatsgevonden gelden eventueel andere aangepaste regels en omstandigheden. Deze bespreekt de oogarts of anesthesioloog met u.

Omdat de verdoving niet meteen is uitgewerkt, bestaat het risico dat door wrijven aan het verband of door aanraken van het oog het bovenste ooglid (gedeeltelijk) open gaat staan. Hierdoor kan een verwonding of een infectie ontstaan.

Neemt u onmiddellijk contact op met uw oogarts, huisarts of de spoedeisende hulp van een ziekenhuis als u na de operatie (ook enkele dagen later) last krijgt van de volgende verschijnselen: schommelingen van de bloeddruk, ademhalingsproblemen, storingen van het bewustzijn, erge pijn, misselijkheid, overgeven, koorts hoger dan 38 graden C, krampachtige verschijnselen, plotseling optredend onwel zijn of optreden van andere ernstige klachten.

Valpreventie

Na het druppelen of na de operatie kan het zijn dat u minder goed ziet met het behandelde oog. Dit kan de kans op vallen vergroten. Op deze website en in de folder ‘Kwetsbaarheid bij ouderen’ kunt u informatie vinden over hoe u het risico op vallen kunt verkleinen.

Sluit de voorlees functie

Door deze site te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen