Hoornvliestransplantatie (algemeen)


Op deze pagina vindt u algemene informatie over de verschillende beschikbare hoornvliestransplantatie-technieken.

Keuze voor de behandeling

Pas als medicijnen, een bril of (harde) contactlenzen niet meer helpen, kan geprobeerd worden om operatief het zicht te verbeteren. Troebel of onregelmatig gevormd hoornvlies kan worden vervangen door een helder stukje hoornvlies, afkomstig van een overleden weefseldonor. Bij voorkeur wordt alleen die laag van het hoornvlies vervangen die troebel is of de ziekte veroorzaakt. Andere termen voor een hoornvliestransplantatie zijn corneatransplantatie of keratoplastiek.

Operatietechnieken

Er zijn meerdere chirurgische mogelijkheden bij een hoornvliestransplantatie; de gekozen techniek hangt vooral af van de laag van het hoornvlies die troebel is. Uw hoornvliesspecialist zal met u bespreken welke techniek er bij u kan worden toegepast. U ontvangt vervolgens de specifieke en meer uitgebreide informatie in een aparte folder.

Vervangen alle lagen van het hoornvlies

Figuur 1: PKP

Als alle lagen van het hoornvlies aangedaan zijn moet het hoornvlies over de gehele dikte vervangen worden; in dit geval wordt een Penetrerende Hoornvliestransplantatie (PKP) verricht (zie figuur 1).

Meer informatie over deze techniek vindt u op:
Penetrerende Hoornvliestransplantatie (PKP).

Deze operatietechniek kan met een rechte of een getrapte wond worden uitgevoerd (zie figuren 2 en 3).

Meer informatie over deze operatietechniek vindt u op Anterieure Mushroom Penetrerende Keratoplastiek en Posterieure Mushroom Penetrerende Keratoplastiek.

Figuur 2: Posterieure Mushroom Penetrerende Keratoplastiek
Figuur 3: Anterieure Mushroom Penetrerende Keratoplastiek

Vervangen deel van het hoornvlies

Als niet alle lagen van het hoornvlies door een ziekte aangedaan zijn, dan kan besloten worden alleen de zieke laag te vervangen. Dit noemt men een Lamellaire Hoornvliestransplantatie. Hierbij wordt dus slechts een deel van het hoornvlies (een lamel) vervangen door helder donorweefsel.

Figuur 4: ALK

Anterieure Lamellaire Keratoplastiek (ALK)
Bij een oppervlakkig litteken in het hoornvlies kan een dunne laag van de voorzijde van het hoornvlies met behulp van een microkeratoom (een soort geautomatiseerde schaaf) worden afgesneden van het oog en vervangen worden door een donorlaag (zie figuur 4).

Meer informatie over deze operatietechniek vindt u op:
Anterieure Lamellaire Keratoplastiek (ALK).

Figuur 5: DALK

Diepe Anterieure Lamellaire keratoplastiek (DALK)
Als het litteken of de troebeling het gehele hoornvlies aandoet maar de functie van het endotheel nog goed is, dan worden het epitheel en zoveel mogelijk stroma verwijderd en vervangen voor donorweefsel (zie figuur 5).

Meer informatie over deze operatietechniek vindt u op:
Diepe Anterieure Lamellaire Keratoplastiek (DALK).

Figuur 6: PLK/ DSEAK/ DMEK

Posterieure Lamellaire Keratoplastiek (PLK/DSAEK) & DMEK
Als alleen het endotheel aangedaan is, kan dit worden vervangen door een dunne laag donorweefsel met  endotheel. Ook bij deze techniek wordt gebruik gemaakt van een microkeratoom. Deze dunne laag donorweefsel wordt de eerste uren na de operatie met een luchtbel op zijn plaats gehouden (zie figuur 6). Bij de DMEK is het transplantaat dunner dan bij de PLK/DSAEK. 

Meer informatie over deze operatietechniek vindt u op:
Posterieure Lamellaire Keratoplastiek (PLK).

Corneaverpleegkundige

Voor, tijdens en na uw operatie kunt u met al uw vragen terecht bij een corneaverpleegkundige. Zij is uw vaste aanspreekpunt. De corneaverpleegkundige is elke werkdag bereikbaar tussen 10.00 - 11.00 uur en tussen 12.30 - 13.15 uur op het telefoonnummer 010 402 33 08.

Meer informatie kunt u vinden op de pagina Corneaverpleegkundige.

Sluit de voorlees functie

Door deze site te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen