Kinderoogheelkunde (algemeen)


Aandoeningen en/of behandelingen bij kinderen, vallen binnen Het Oogziekenhuis Rotterdam onder een aparte subspecialisme, namelijk 'kinderoogheelkunde'. Kinderen worden in Het Oogziekenhuis behandeld in het KinderOOGcentrum, deze is uniek in Nederland. Het KinderOOGcentrum wordt bemand door een team van kinderoogartsen, orthoptisten en arts-assistenten. Jaarlijks bezoeken 20.000 kinderpatiënten t/m 14 jaar dit centrum. Ongeveer 700 kinderen worden per jaar  geopereerd door gespecialiseerde oogartsen.

Wordt uw kind geopereerd?

In Het Oogziekenhuis Rotterdam worden jaarlijks ruim 750 kinderen geopereerd. De meeste van deze operatieve ingrepen betreffen scheelziensoperaties (orthoptie). Ongeveer 100 operaties worden uitgevoerd bij kinderen die staar (cataract) hebben, glaucoom of een aandoening aan het netvlies.

Voorbereiding op de operatie

Het is voor uw kind belangrijk om goed op de opname en de operatie voorbereid te zijn. Een kind dat niet weet wat hem/haar te wachten staat, is meestal bang voor de ziekenhuisopname. Het is heel belangrijk dat u uw kind eerlijk vertelt wat er precies gaat gebeuren en antwoord geeft op al zijn/haar vragen. De Stichting Kind en Ziekenhuis kan u hierbij helpen (078 - 614 63 61 en www.kindenziekenhuis.nl). Voordat uw kind naar het ziekenhuis gaat, kunt u hier samen wat boekjes over lezen. Er zijn enkele boeken verkrijgbaar in de bibliotheek of in de boekenwinkel:

  • Een bed op wieltjes, V. den Hollander (kinderen vanaf ± 4 jaar)
  • Lucas en de slaapdokter, S. Boonen (kinderen tot ± 7 jaar)
  • De koning van het ziekenhuis, S. Boonen (jonge kinderen)
  • Guusje gaat naar het ziekenhuis, N. Smit (jonge kinderen)
  • Karel in het ziekenhuis, Slegers (kinderen vanaf ± 2 jaar)

Het boekje "Lucas en de slaapdokter" is ook omgezet in een animatie, bekijk deze hier:

Het vooronderzoek

Voordat uw kind wordt geopereerd, vindt het vooronderzoek plaats bij de afdeling POS, Balie 28.

  • Wij vragen u mee te nemen: verzekeringspapieren, ingevulde vragenlijst van de anesthesioloog en indien uw kind medicijnen gebruikt een medicatieoverzicht van uw eigen apotheek of de medicijnen zelf.
  • U krijgt tijdens het vooronderzoek informatie over de afdeling en de dagopname.
  • Wij stellen u een aantal vragen over het medicijngebruik, inentingen, allergieën, gewicht, lengte, etc.
  • Wij vragen u een formulier te tekenen indien u meegaat met uw kind naar de operatiekamer.
  • In een gesprek met de anesthesioloog krijgt u informatie over de vorm van de verdoving en over adequate pijnstilling in verband met de operatie.
  • Indien u de behandelende oogarts te spreken krijgt, dan kunt u nog informatie krijgen over de operatie.
  • U ontvangt een informatiefolder over oogdruppelen. Het is erg belangrijk dat de ogen van uw kind volgens voorschrift gedruppeld worden, zodat u bijvoorbeeld ontstekingen kan voorkomen.

Praktische informatie

  • De dag vóór de operatie wordt u tussen 15.00 en 18.00 uur gebeld over het tijdstip waarop uw kind op de afdeling verwacht wordt
  • Het is belangrijk om uw kind even te temperaturen voordat u naar het ziekenhuis gaat. Heeft uw kind koorts (boven de 37,5°C), is het erg verkouden of heersen er besmettelijke kinderziektes in uw omgeving, belt u ons dan even voor overleg (010 - 401 76 79)
  • Wij verzoeken u mee te nemen: een schone en warme pyjama (geen jumpsuit), eventueel een knuffel, een speen, warme sokken en pantoffels voor uw kind, een lijstje met medicijnen die uw kind gebruikt en voor uzelf iets om de tijd mee door te komen. Voor kleine kinderen verzoeken wij een extra verschoning (pyjama en luier) en eventueel een flesvoeding mee te nemen.
  • U of uw partner (of één van de verzorgers) mag bij uw kind blijven totdat hij/zij onder algehele verdoving is. Dit is vaak erg geruststellend voor uw kind. (Bij kinderen van 15 jaar en ouder, kunt u als ouder niet mee naar de operatieafdeling). Zodra uw kind slaapt, gaat u terug naar de afdeling. Hier kunt u blijven tijdens de operatie. Na de operatie is het mogelijk dat één ouder bij het ontwaken van uw kind op recovery aanwezig is. De verpleegkundige zal u daar naartoe begeleiden. Als uw kind naar de afdeling terug kan, dan zal een verpleegkundige u begeleiden. U mag de hele dag op de afdeling blijven en uw kind (mee)verzorgen. Het is echter niet mogelijk andere kinderen mee te brengen.

Nuchter

Indien uw kind onder algehele verdoving (narcose) wordt geopereerd, dient uw kind nuchter te zijn:

  • Is de operatie voor 13 uur 's middags: uw kind mag vanaf 24.00 uur 's nachts niet meer eten, maar wel tot 2 uur voor de operatie water of thee met/zonder suiker of heldere appelsap drinken (geen melk of yoghurtdranken).
  • Is de operatie na 13 uur 's middags: uw kind mag voor 7.00 uur 's morgens 1 beschuit met jam (geen kaas of vlees) eten en tot 2 uur voor de operatie water of thee met/zonder suiker of heldere appelsap drinken (geen melk of yoghurtdranken).
  • Als uw kindje borstvoeding krijgt, moet de laatste voeding 4 uur voor geplande operatietijd gegeven zijn. De laatste flesvoeding 6 uur voor de geplande operatietijd.

Na de operatie

  • De oogarts, de verpleegkundige en de anesthesioloog bekijken wanneer uw kind weer naar huis mag. Bij het ontslag krijgt u een afspraak mee voor controle en indien nodig een recept voor oogdruppels. Een instructie pijnbestrijding wordt bij ontslag gegeven.
  • Soms is het nodig een nachtje te blijven. Eén van de ouders mag dan bij het kind blijven overnachten. Deze regeling bestaat voor alle kinderen die hieraan behoefte hebben en is niet aan leeftijd gebonden.
  • De dag na de operatie belt een verpleegkundige van de afdeling u op. Zij wil graag weten hoe het met uw kind gaat en ook kunt u nog (eventuele) vragen stellen.
  • De eerste week na de operatie mag uw kind niet zwemmen en niet in de zandbak spelen. Dit om te voorkomen dat er vuil water of zand in het geopereerde oog komt. Zodra uw kind is opgeknapt van de operatie kan het weer naar school/speelzaal.
  • Wanneer uw kind weer thuis is, wil dit niet zeggen dat het ziekenhuis vergeten is. Veel kinderen slapen bijvoorbeeld nog een tijdje slecht of hebben last van angsten (bang voor het donker, bang dat u weg zult gaan). Praten over het ziekenhuis of erover lezen kan vaak helpen. Ook de situatie naspelen met bijvoorbeeld poppen kan uw kind helpen om de ziekenhuisopname te verwerken. De Stichting Kind en Ziekenhuis kan u hierover adviseren.

Pijnmeting

Wanneer kinderen pijn hebben, zal de herstelperiode na de operatie langzamer gaan. En vanwege de pijn kunnen kinderen minder goed hun oefeningen doen en meewerken aan de onderzoeken en controles. Daarom is het belangrijk dat uw kind na de operatie aangeeft hoeveel pijn hij/zij ervaart.

In Het Oogziekenhuis Rotterdam meten we de pijn aan de hand van een pijnscore. We zullen uw kind na de operatie een aantal keren vragen hoeveel pijn hij/zij heeft. De mate van pijn kan uw kind aangeven op een liniaal waarop gezichtjes of cijfers staan afgebeeld:

Natuurlijk kunt u of uw kind eventuele pijn te allen tijde kenbaar maken aan de oogarts of de verpleegkundige en hoeft u niet te wachten tot de verpleegkundige hier naar vraagt.

Tips bij het geven van een pijnscore:

  • Bij het geven van een pijnscore kan het helpen om uw kind terug te laten denken aan een eerdere pijn die uw kind heeft gevoeld, zodat hij/zij deze kan vergelijken met de huidige pijn.
  • Als uw kind op meerdere plaatsen pijn heeft, dan gaat u uit van de pijn die uw kind als ergste ervaart.
  • Heeft uw kind alleen op specifieke momenten pijn, bijvoorbeeld bij het knipperen van het oog, dan geeft uw kind een pijnscore van dat bewuste moment.

Pijnstilling

Na de operatie krijgt uw kind pijnstillers zo lang hij/zij dat nodig heeft. We kijken regelmatig of uw kind meer of juist minder medicijnen nodig heeft. We geven de medicijnen op vaste tijden. Hierdoor zorgen we ervoor, dat uw kind zo min mogelijk pijn heeft. De verschillende manieren waarop wij pijnstillers geven: in de vorm van een tablet, drankje, zetpil of door het infuus.

De meest gebruikte pijnstillers zijn Paracetamol (tablet of zetpil) en Diclofenac (tablet of zetpil). In deze volgorde bouwen we de pijnstilling ook op. We beginnen met Paracetamol. Voor iedere pijnstiller geldt een maximaal aantal dat uw kind mag hebben per 24 uur.

Uw kind kan door de medicijnen bijwerkingen krijgen. We houden goed in de gaten of uw kind een bijwerking heeft, bijvoorbeeld misselijkheid. Als dat gebeurt, zullen we hier iets tegen doen.

Zelf kunt u ook de pijn verminderen. Wanneer een kind niet constant aan de pijn denkt, voelt een kind de pijn meestal ook minder. Het geven van afleiding is dus belangrijk. Dit kan bijvoorbeeld door spelletjes te spelen, muziek te luisteren of te lezen.

Sluit de voorlees functie

Door deze site te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen