Ooglidtumoren


Chirurgische verwijdering en reconstructie

Chirurgische verwijdering van ooglidtumoren heeft in de meeste gevallen de voorkeur. Hierbij kan (door microscopisch onderzoek van het verwijderde weefsel) met grote waarschijnlijkheid worden nagegaan of de afwijking geheel verwijderd is. Chirurgische verwijdering gebeurt meestal klinisch in dagbehandeling in twee stappen. Eén of enkele dagen vóór de operatie wordt vooronderzoek verricht. Op die dag spreekt u o.a. de oculoplastisch chirurg die de operatie gaat verrichten. De volgende dag moet u vroeg in het ziekenhuis zijn, want de operatie begint om 08.00 uur. Eerst wordt de tumor verwijderd waarna direct microscopisch onderzoek wordt verricht. Omdat het te onderzoeken weefsel wordt bevroren heet dit een 'vriescoupe'. Deze ingreep wordt óf onder algehele narcose óf onder plaatselijke verdoving verricht, afhankelijk van de plaats en uitgebreidheid van de tumor, van uw eigen wensen en van uw lichamelijke conditie. De uitslag van de vriescoupe is binnen twee uur bekend. Afhankelijk van de uitslag wordt nogmaals weefsel weggehaald of wordt het defect in het ooglid operatief gesloten. Wanneer uw conditie het toelaat mag u dezelfde dag 's middags rond 16.00 uur weer naar huis.

Voor het operatief herstellen van het ooglid ('ooglidreconstructie') bestaan een groot aantal verschillende technieken. Welke techniek wordt gebruikt hangt onder andere af van de plaats en grootte van de tumor. Vaak is het nodig weefsel van een andere plaats van het lichaam te gebruiken om het ooglid te herstellen. Voorbeelden: huid van achter het oor of van het voorhoofd, slijmvlies uit de lip of uit het verhemelte, een stukje van het onderooglid aan de andere kant, een stukje van de binnenzijde van het bovenooglid, etc.

Vóór de operatie wordt met u besproken welke techniek waarschijnlijk zal worden toegepast. Het kan echter voorkomen dat de tumor tijdens de ingreep groter blijkt dan werd aangenomen en dat het beter blijkt om een andere operatietechniek toe te passen.

Bij gebruik van transplantaten wordt het oog vaak vijf dagen dichtgeplakt met een drukverband. Dit is bedoeld om het transplantaat stevig en onbeweeglijk op zijn plaats te drukken, zodat het vastgroeit aan het wondbed.

Soms wordt een operatiemethode gebruikt waarbij de binnenzijde van het bovenooglid wordt gebruikt om het onderooglid te herstellen. Het oog zit dan de eerste 3 tot 4 weken na de operatie dicht. Daarna wordt met een kleine operatie (vaak weer onder narcose) het oog weer geopend.

1. Eerst wordt een lijn rond de tumor getrokken met een vrije marge van 2 tot 5 mm.
1. Eerst wordt een lijn rond de tumor getrokken met een vrije marge van 2 tot 5 mm.
2. De tumor wordt verwijderd en ingestuurd voor onderzoek.
2. De tumor wordt verwijderd en ingestuurd voor onderzoek.
3. De binnenzijde van het defect wordt gesloten met gesteeld weefsel van de binnenzijde van het bove
3. De binnenzijde van het defect wordt gesloten met gesteeld weefsel van de binnenzijde van het bovenooglid.
4. De buitenzijde wordt gesloten met een huidtransplantaat. Na 3 tot 4 weken kan de steel worden geo
4. De buitenzijde wordt gesloten met een huidtransplantaat. Na 3 tot 4 weken kan de steel worden geopend.

De behandeling van ooglidtumoren gaat dus in stappen:

  • een biopt om na te gaan om wat voor weefsel het gaat. Dit is een poliklinische ingreep onder plaatselijke verdoving.
  • verwijdering met vriescoupecontrole om na te gaan of de hele tumor verwijderd is. Meestal gebeurt dit direct voorafgaand aan de volgende stap.
  • herstel van het oogliddefect.
  • openen van het oog wanneer een transplantaat uit het bovenooglid is gebruikt. Dit gebeurt 3 tot 4 weken na de operatie waarbij het transplantaat werd ingehecht. Om zekerheid te kunnen verkrijgen over totale verwijdering is het nodig de tumor te verwijderen met rondom 2 tot 5 mm weefsel dat er normaal uitziet. De breedte van de vrije rand hangt af van het type tumor. Verwijdering van een ooglidtumor veroorzaakt dan ook vaak een groot defect in het ooglid. Natuurlijk proberen we dat zo mooi mogelijk te reconstrueren, maar u moet zich realiseren dat het verwijderen van een ooglidtumor geen cosmetische ingreep is, maar bedoeld is om u te verlossen van een ernstig probleem. Na de operatie blijft altijd zichtbaar dat het ooglid geopereerd is. Hoe ernstig dat zichtbaar is hangt onder andere af van de grootte van de tumor en de reactie van uw weefsels. Standsafwijkingen van de oogleden komen voor, soms kunnen die na een aantal maanden worden gecorrigeerd. Het is vrijwel niet mogelijk een bovenooglid te reconstrueren dat qua functie even goed is als uw eigen ooglid. Vooral na grote reconstructies van het bovenooglid komt het dan ook vaak voor dat er enige chronische irritatie blijft bestaan en dat u chronisch kunsttranen moet gebruiken. Bij het verwijderen van tumoren in de binnenooghoek zullen de afvoerende traanwegen vaak sneuvelen, wat bij 25% van de patiënten een tranend oog veroorzaakt.

Bevriezing (cryochirurgie)

Bevriezing (cryochirurgie)

Bij deze behandeling wordt onder plaatselijke verdoving tweemaal vloeibare stikstof op de tumor (met een vrije marge eromheen van minstens 5 mm) gespoten met een soort plantenspuit. De temperatuur in de weefsels daalt bij deze behandeling tot -30 graden Celsius. De weefseltemperatuur wordt gecontroleerd met naalden die aan de punt de temperatuur opmeten. Bij deze behandeling worden alle cellen in het behandelde gebied gedood. Het bindweefsel waarin de dode cellen zich bevinden is echter ongevoelig voor bevriezing. In dit bindweefsel groeien nieuwe cellen.

Deze behandeling heeft als voordeel dat hij onder plaatselijke verdoving kan worden toegepast en dat de behandeling eenmalig is. Nadelen zijn er ook: te grote tumoren kunnen niet behandeld worden en het is niet duidelijk of alle tumorcellen gedood zijn. Bovendien blijft de ooglidrand vaak rood na de behandeling. Cryochirurgie wordt daarom door ons alleen toegepast bij niet te grote ooglidtumoren die zich zo dichtbij de afvoerwegen van de traanwegen bevinden dat deze bij chirurgische verwijdering van de tumor zouden sneuvelen. Na cryochirurgie blijven de traanwegen vaak open, terwijl chirurgische verwijdering een tranend oog zou kunnen veroorzaken.

Bestraling

Bestraling

Bestraling van ooglidtumoren heeft een groot aantal nadelen. Bij deze behandeling is niet duidelijk of de tumor geheel verwijderd is. De totale hoeveelheid stralen wordt toegediend in een groot aantal kleine doses die per dag worden toegediend. Dat betekent dat de patiënt voor deze behandeling ongeveer 30 keer naar een bestralingscentrum moet. Bestraling veroorzaakt verder vaak aanzienlijke verlittekening die chirurgisch moeilijk te behandelen is. Wanneer na bestraling de tumor mocht terugkomen is chirurgische behandeling moeilijk.
  
Toch kunnen er redenen zijn om bestraling toe te passen. Uw conditie kan zo slecht zijn dat chirurgische behandeling niet mogelijk is of de tumor kan zo groot en ingegroeid zijn dat deze niet geheel chirurgisch verwijderd kan worden. Hiernaast ziet u een tumor bij een patiënte waarvan de algemene conditie te slecht was voor een operatie.

Hiernaast ziet u de situatie 6 maanden na bestraling. U ziet dat er aanzienlijke verlittekening is opgetreden en dat het bij de neus gelegen deel van het onderooglid niet tegen het oog aan ligt.

Soms kan er een reden zijn om na chirurgische verwijdering van een ooglidtumor nabestraling te verrichten. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer onzeker is of de tumor geheel verwijderd is, wanneer de tumor chirurgisch niet geheel verwijderd kan worden of wanneer de tumor een zeer kwaadaardige groei toont. 

Sluit de voorlees functie

Door deze site te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen