“Ik wil begrijpen waarom sommige mensen deze ziekte krijgen” – vanuit de ogen van de onderzoeker

'Waarom krijgt de één een zeldzame oogziekte en de ander niet?' Dat is de vraag waar Margot van Genderen zich dagelijks mee bezighoudt. Sinds oktober 2025 werkt zij als promovendus bij Het Oogziekenhuis Rotterdam en het UMC Utrecht. Haar onderzoek richt zich op multifocale choroiditis (MFC), een zeldzame ontstekingsziekte van het netvlies die vooral jonge mensen treft en grote impact kan hebben op het dagelijks leven. “Als we beter begrijpen waarom deze ziekte ontstaat en hoe die verloopt, kunnen we uiteindelijk gerichter en minder belastend behandelen.” 

Van geneeskunde naar promotietraject 

Portretfoto Margot van Genderen

Margot (26) studeerde geneeskunde in Utrecht. “Tijdens mijn coschappen kwam ik in aanraking met de oogheelkunde, en dat beviel verrassend goed. Wat mij vooral aanspreekt, is de combinatie van precisiewerk, technologie en direct patiëntcontact.” Via haar stage en netwerk kwam ze een promotieplek tegen die zowel in Rotterdam als in Utrecht plaatsvond. “Dat was voor mij ideaal: ik kende Utrecht al goed en kom oorspronkelijk uit Rotterdam. Bovendien sprak het onderwerp me meteen aan.”  

Haar promotietraject combineert onderzoek met patiëntenzorg. “Eén dag per week werk ik in Utrecht op de poli en zie ik patiënten. De rest van de tijd besteed ik aan onderzoek in Rotterdam. Die combinatie vind ik heel waardevol.” Op termijn zal ze ook bij Het Oogziekenhuis patiënten op de poli includeren voor onderzoek.  

Wat is multifocale choroiditis? 

Multifocale choroiditis is een ontstekingsziekte van het netvlies en het onderliggende vaatvlies. De aandoening komt vooral voor bij jonge vrouwen met een hoge bijziendheid (minsterkte). “Door een reactie van het immuunsysteem vallen patiënten als het ware hun eigen netvlies aan,” legt Margot uit. “Daardoor ontstaan plekjes in het netvlies die het zicht kunnen aantasten.” 

Klachten beginnen vaak met lichtflitsen of vervormingen in het beeld. “Sommige patiënten hebben maar kleine afwijkingen, terwijl anderen ernstigere schade oplopen. Het verloop is dus heel verschillend.” Hoewel er behandelingen bestaan, zijn die vaak ingrijpend. “We gebruiken bijvoorbeeld medicijnen die het hele immuunsysteem onderdrukken, zoals prednison of biologicals. Dat werkt, maar het is best zwaar, zeker voor jonge patiënten.” 

Onderzoek naar oorzaken en behandeling 

Margot richt zich in haar promotieonderzoek op het beter begrijpen van multifocale choroiditis. Ze onderzoekt waarom de ziekte bij sommige mensen optreedt en bij anderen niet, en probeert factoren te identificeren die voorspellen hoe ernstig het verloop zal zijn. “Als we kunnen voorspellen wie intensieve behandeling nodig heeft en wie niet, kunnen we behandelingen gerichter en minder belastend maken,” legt ze uit. 

Het onderzoek bestaat uit meerdere onderdelen. In de eerste fase kijkt ze terug naar bestaande patiëntgegevens. “We analyseren beeldvorming van patiënten vanaf 2017. Dat zijn duizenden scans, dus dat kost veel tijd.” Om dat proces te versnellen, werken ze aan een AI-model. “We hopen dat kunstmatige intelligentie ons kan helpen om sneller afwijkingen te herkennen in die beelden.” 

Daarnaast wordt er DNA-onderzoek gedaan. “We vragen patiënten om een kleine hoeveelheid bloed af te staan, zodat we genetische factoren kunnen onderzoeken. Dat is voor hen nauwelijks belastend, maar kan ons veel informatie opleveren.” 

Herkennen en behandelen op maat 

Het uiteindelijke doel van het onderzoek is betere, meer gerichte zorg. “Nu behandelen we veel patiënten vrij intensief, terwijl de ziekte bij sommigen ook vanzelf rustiger wordt. Als we beter kunnen voorspellen hoe de ziekte verloopt, kunnen we behandelingen beter afstemmen.” 

Dat is vooral belangrijk voor jonge patiënten. “Veel van onze patiënten hebben nog een kinderwens. Sommige medicijnen kunnen dan niet gebruikt worden, wat de behandeling ingewikkeld maakt. Daarom is het zo belangrijk om alternatieven te vinden.” 

Op de lange termijn hoopt Margot dat behandelingen minder belastend worden. “Idealiter kunnen we gerichter behandelen zonder het hele immuunsysteem te onderdrukken.” 

Persoonlijke motivatie 

Margot voelt zich sterk betrokken bij haar onderzoek. “Ik ben ongeveer even oud als de meeste patiënten wanneer de ziekte begint. Bovendien hebben veel patiënten een hoge minsterkte, wat ik zelf ook heb. Dat maakt het makkelijk om me in hen te verplaatsen.” Haar interesse in verschillen tussen patiëntgroepen speelde ook een rol. “Ik heb eerder onderzoek gedaan naar verschillen tussen mannen en vrouwen in de zorg. Dat deze aandoening vooral bij vrouwen voorkomt, vond ik extra interessant.” 

Toekomstplannen 

Margot staat nog aan het begin van haar promotietraject. “Ik ben nu een half jaar bezig en moet uiteindelijk meerdere artikelen publiceren. Dat is hard werken, maar ook heel leerzaam.” Na haar promotie wil zij zich verder specialiseren. “Mijn doel is om de opleiding tot oogarts te gaan doen. Dit onderzoek helpt me niet alleen wetenschappelijk, maar ook klinisch om een betere arts te worden.” Haar hoop voor de toekomst is duidelijk: “Ik hoop dat we deze ziekte beter gaan begrijpen, zodat we patiënten sneller kunnen helpen met minder zware behandelingen. Er is nog veel te ontdekken, maar dat maakt het juist zo interessant.”