Skiascopie bij kinderen


Skiascopie is een onderzoek om de sterkte van een bril te kunnen vaststellen. Dit onderzoek is eenvoudig en pijnloos. Uw kind mag, als hij/zij dat graag wil, op schoot zitten bij één van de ouders terwijl de onderzoeker enkele proefglaasjes voor het oog houdt. Uw kind hoeft alleen maar naar een lampje te kijken.

 

Ieder kind dat patiënt is in Het Oogziekenhuis Rotterdam wordt op refractieafwijking gecontroleerd. Refractieafwijking kan ook van invloed zijn op de oogstand. Meer informatie over de refractieafwijking  vindt u in de folder 'Bril bij refractieafwijking'.

Waarom druppels?

Voor dit onderzoek is het noodzakelijk dat zowel de pupillen als de ooglensspiertjes geheel ontspannen zijn. Dit bereiken we door de ogen te druppelen. Uw kind of hij/zij atropine (0,5% of 0,25%) of cyclopentolaat (1%) moet gebruiken. Als de druppels goed ingewerkt zijn, is de pupil groot en kan uw kind last hebben van wazig zien en fel licht. Bij zonnig weer raden wij daarom aan een goede zonnebril of zonneklep op te zetten.

De wijde pupil en dus de overgevoeligheid voor licht verdwijnt langzaam na het stoppen met druppelen, dit duurt bij atropine maximaal 2 weken. Het wazig zien verbetert al snel na het stoppen met druppelen. Binnen 1 week is het zicht weer normaal. Bij cyclopentolaat is het zicht binnen 2 dagen weer normaal.

Hoe moeten de ogen gedruppeld worden?

Bij atropine:
Uw kind moet 2 dagen voor het onderzoek beginnen met het druppelen van beide ogen. Dit doet hij/zij 2 maal per dag (bij voorkeur 1 keer 's ochtends en 1 keer 's avonds). Op de dag van het onderzoek moet uw kind de laatste keer in beide ogen druppelen, ongeveer 2 uur voor het onderzoek. In totaal heeft elk oog dus 5 druppeltjes gehad.

Bij cyclopentolaat:
Uw kind moet 30 minuten voor het onderzoek beide ogen druppelen. Heeft uw kind bruine ogen dan druppelt hij/zij 40 minuten voor het onderzoek en na 10 minuten nog een keer beide ogen. Dit vanwege het feit dat de druppels minder goed werken bij veel pigment.

Het druppelen gaat als volgt:

  • Zet de druppels klaar met een tissue.
  • Laat het kind het hoofd achterover houden. Of soms is het voor het kind fijner om op de rug te liggen.
  • Houdt met uw duim en wijsvinger van één hand de oogleden van één oog openhouden.
  • Het pipetje of druppelflesje neemt u in de andere hand.
  • Laat precies 1 druppel in het geopende oog laten vallen. Uw kind kan hiervan even schrikken, maar als u zegt dat de druppel alleen maar heel nat is, valt het mee.
  • De oogleden loslaten en met een tissue het gesloten oog afvegen.
  • De traanbuis 3 minuten zachtjes dicht drukken. De traanbuis is het bobbeltje in de ooghoek bij de neus.
  • Op dezelfde wijze het andere oog indruppelen.
  • Na het druppelen uw handen wassen.


Voor een uitgebreide oogdruppelinstructie met illustraties kunt u terecht op www.oogdruppelen.nl.

Belangrijk

De oogdruppels altijd buiten bereik van kinderen houden. De druppels zijn bij innemen zeer giftig!
De cyclopentolaat-druppels mogen niet gebruikt worden bij kinderen met epilepsie.

Overgevoeligheid voor de druppels treedt zelden op. Als uw kind onverhoopt tóch overgevoelig is voor de druppels dan kunnen de volgende reacties optreden: koorts, sufheid, braken, rode uitslag in het gelaat of op de armen, diarree en droge mond (veel willen drinken). Als één van deze symptomen optreedt, neem dan contact op met uw huisarts. Daarnaast wordt u verzocht het KinderOOGcentrum in te lichten dat uw kind vanwege overgevoeligheid niet alle oogdruppels heeft gekregen (010 - 401 77 41). Uw afspraak kan dan worden aangepast.

Ten slotte

In Het Oogziekenhuis Rotterdam worden artsen, paramedici en verpleegkundigen opgeleid. Dit betekent dat u of uw kind behandeld kan worden door iemand in opleiding. Dit gebeurt altijd onder supervisie van de behandelend arts.

 

Graag willen wij u wijzen op het beleid van Het Oogziekenhuis dat patiënten naar de eigen oogarts of een andere oogarts in de eigen regio worden (terug-) verwezen, zodra dit oogheelkundig verantwoord is. Dit geldt ook voor patiënten die op eigen initiatief voor een 'second opinion' naar Het Oogziekenhuis zijn gekomen.

Meer info

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen of opmerkingen, dan kunt u contact opnemen met het KinderOOGcentrum: 010 401 77 41, bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.15 uur tot 17.00 uur.

 

U of uw kind kunt ook vragen stellen aan de oogarts op het spreekuur.

 

Sluit de voorlees functie

Door deze site te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen