Traanklachten bij kinderen


Traanklachten bij kinderen worden meestal veroorzaakt door een afvloedstoornis van tranen door afsluiting of vernauwing van de traanbuis.

Stap 1: Antibioticadruppels en massage

De eerste stap kan al op een leeftijd jonger dan 6 maanden worden gezet en wordt meestal overgeslagen bij kinderen ouder dan 12 maanden (er wordt dan direct gestart met sondage, stap 2). De eerste stap bestaat uit het geven van antibioticaoogdruppels, en het masseren (leegdrukken) van de traanzak.

Hierbij moet eerst met een vinger op de plaats van de traanzak ( in de binnenooghoek) worden gedrukt, daarna worden de oogdruppels gegeven. Door de massage wordt de traanzak leeggedrukt. De druppels komen dan beter in de traanwegen terecht. Het succespercentage van deze eerste behandelingsstap is niet goed bekend.

Stap 2: Sondage van de traanwegen

Als druppels en massage niet helpen is de tweede stap sondage van de traanwegen. Deze stap vindt in het algemeen plaats vanaf een leeftijd van 12 maanden, maar bij veel afwijkingen ook al eerder. Bij sondage worden de traanwegen voorzichtig doorgeprikt. Via het traanpuntje in het onderooglid en bovenlid wordt een dun metalen staafje door de traanwegen tot in de neus gebracht. Hieronder ziet u schematisch hoe sondage wordt uitgevoerd. 

Uitvoering sondage
Uitvoering sondage
Een voorbeeld van een afwijking: het kanaal van de traanzak eindigt blind, omdat het bot naar de neu
Een voorbeeld van een afwijking: het kanaal van de traanzak eindigt blind, omdat het bot naar de neus niet open is. Hierdoor zijn zowel sondage (deze stap) en ook siliconenslangintubatie (stap 3) niet mogelijk.

De ingreep gebeurt in dagbehandeling onder algehele anesthesie. De bedoeling is om de membraan te openen die bij kinderen vaak aanwezig is bij de uitmonding van het traankanaal in de neus. Tijdens de sondage wordt bovendien nagegaan of de traanwegen doorgankelijk zijn en waar eventuele afwijkingen zitten.

Er zijn aanwijzingen dat in de eerste 18 levensmaanden de kans op succes van sondage het grootst is en dat daarna de kans op succes met de jaren geleidelijk wat afneemt, maar helemaal duidelijk is dat niet. Daarom zullen wij als eerste behandelingsstap in het algemeen sondage adviseren.  

Sondage is niet altijd mogelijk. Er komen namelijk (zeldzaam) anatomische afwijkingen van het afvloedsysteem voor waardoor er geen verbinding met de neus bestaat, en de traanwegen dus niet doorgankelijk zijn bij sondage (en dan ook niet met stap 3, siliconenslangintubatie). Dit wordt pas ontdekt tijdens de operatie.

Stap 3: Siliconenslangintubatie

Situatie na plaatsing van de siliconenslang
Situatie na plaatsing van de siliconenslang

Wanneer het tranen na sondage blijft bestaan, bestaat de behandeling uit het plaatsen van een siliconenslangetje in de traanwegen gedurende ongeveer 3 maanden.

Stap 3 heeft geen zin wanneer bij sondage dusdanige verstoppingen of anatomische afwijkingen van de traanwegen zijn gevonden dat redelijkerwijs mag worden aangenomen dat plaatsing van een siliconenslang niet lukt of geen effect zal hebben. Behandeling is dan vaak (maar niet altijd) mogelijk met de operatie beschreven in stap 4.

Siliconenslangintubatie wordt onder narcose in dagbehandeling uitgevoerd.

De siliconenslang is in de ooghoek zichtbaar
De siliconenslang is in de ooghoek zichtbaar

De siliconenslang wordt onderin de neus aan het slijmvlies vastgehecht. In het bovenstaande schema is de slang rood. In werkelijkheid is deze vrijwel doorzichtig. De siliconenslang is in de ooghoek zichtbaar als een klein grijzig boogje. U kunt dit zien op foto hiernaast.

Welke problemen kunnen er tijdens en na de siliconenintubatie optreden?

Er kunnen tijdens en na siliconenslangintubatie verschillende problemen optreden:

1. Het blijkt tijdens de operatie niet mogelijk een siliconenslang te plaatsen
Om de siliconenslang te kunnen plaatsen moeten de afvoerende traanwegen normaal zijn aangelegd. Zoals hierboven ook al werd genoemd komen er (zeldzame) anatomische afwijkingen van het afvloedsysteem voor waardoor er geen verbinding met de neus kan worden verkregen. Plaatsing van de slang is dan niet mogelijk.
Dit kan pas worden nagegaan tijdens de operatie. Zeldzaam komt het voor dat slechts één van de twee kanaaltjes tussen ooglid en neus doorgankelijk is. We kiezen dan voor een ander soort siliconenslang. Ook dit type moet echter na drie maanden worden verwijderd.

Wanneer we vóór een geplande siliconenslangintubatie vermoeden dat er een anatomische afwijking zou kunnen bestaan dan zullen we - met name bij kinderen ouder dan 2 jaar - tevoren met u bespreken of we in dat geval tijdens de operatie eventueel direct moeten doorgaan met de uitgebreidere operatie beschreven onder behandelstap 4.

Het kind hoeft dan niet nog een keer te komen en onder narcose te gaan. Wanneer siliconenslangintubatie niet lukt, maar we dit niet verwacht hadden, en we tevoren geen andere ingrepen met u hebben besproken dan worden die niet verricht.

2. De slang komt binnen drie maanden in een grote lus op het oog te liggen
Dit probleem wordt niet veroorzaakt doordat de hechting in de neus niet goed vastgeknoopt is, maar doordat het slijmvlies in de neus er soms in slaagt de hechtdraad er uit te werken.

De lus op het oog ziet er een beetje griezelig uit, maar het is geen ernstig probleem. Soms kan de siliconenslang het oog irriteren, het wordt dan rood.

In principe kan de slang eenvoudig worden verwijderd door deze  in de ooghoek beet te pakken, door te knippen en er via het bovenste traankanaaltje uit te trekken.

Omdat het echter door zowel de ouders als door het kind als enigszins griezelig wordt ervaren is het uitvoeren van deze behandeling niet op het spreekuur. Het slangetje wordt dan binnen enkele dagen onder narcose verwijderd.

Hoewel wij het slangetje volgens gangbare regels bij voorkeur drie maanden laten is niet precies bekend hoe lang het duurt voordat de slang effect heeft. Het is dan ook herhaaldelijk voorgekomen dat een losgelaten slang al na één tot twee maanden moest worden verwijderd en het tranen toch over was.

3. Het tranen blijft bestaan
Siliconenslangintubatie heeft een succespercentage van bijna 95 %. Van de ongeveer 70 kinderen die wij per jaar met siliconenslangintubatie behandelen houden er echter 3 of 4 een tranend oog. Bij deze kinderen moet meestal een DCR-operatie worden verricht.

Stap 4: DCR-operatie

Situatie na een DCR-operatie
Situatie na een DCR-operatie

Bij duidelijke verstoppingen, of wanneer een siliconenslang niet kon worden geplaatst of geen succes had bestaat de volgende stap meestal uit een DCR-operatie. Bij deze operatie wordt een snee in de huid gemaakt in de ooghoek aan de neuskant. Er wordt vervolgens een gaatje gemaakt in het bot tussen de traanzak en de neus.

Daarna wordt het slijmvlies van de traanzak aan het slijmvlies van de neus vastgehecht. Er ontstaat dan een nieuwe verbinding tussen de traanzak en de neus.

Bij kinderen gebeurt de ingreep op dezelfde manier als beschreven bij de volwassenen. We proberen deze ingreep pas te verrichten wanneer het kind minstens twee jaar oud is. Het resultaat van een DCR-operatie bij kinderen is in het algemeen goed wanneer het tranen veroorzaakt wordt door een verstopping van het kanaal tussen de traanzak en de neus.

Bij afwijkingen van de kanaaltjes tussen ooghoek en traanzak zijn de resultaten veel minder goed. Deze problematiek zien we bij kinderen maar enkele malen per jaar. Daarom vindt u er hier geen nadere informatie over. Bij volwassenen vindt deze problematiek vaker plaats.

Sluit de voorlees functie

Door deze site te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen