Oogklachten - Slecht zien


Oogklachten - Slecht zien - Bij klachten over het zien gaat het meestal om minder scherp zien. Lezen en tv-kijken worden moeilijker, evenals het herkennen van gezichten. We noemen het een vermindering van de gezichtsscherpte.

Inleiding

Bij klachten over het zien gaat het meestal om minder scherp zien. Lezen en tv-kijken worden moeilijker, evenals het herkennen van gezichten. We noemen het een vermindering van de gezichtsscherpte. Over het algemeen biedt een bril de oplossing of moet de sterkte van de brillenglazen worden aangepast, zeker wanneer het zien geleidelijk op beide ogen slechter is geworden, er niets bijzonders met de ogen is gebeurd en aan de ogen niets bijzonders valt op te merken.

Minder scherp zien kan ook worden veroorzaakt door een troebeling in het oog zoals staar of door afwijkingen in de gele vlek of in de oogzenuw. Deze afwijkingen komen vooral op de oudere leeftijd voor. De leeftijd van de patiënt is daarom belangrijk. Verder is het van belang te weten of het zien in korte tijd of heel geleidelijk slechter is geworden en of dit voor één of voor beide ogen het geval is. Naast klachten over niet goed zien, kunnen er klachten zijn over het zien van iets geks, zoals spinnetjes, kromme lijnen, vlekken of één vlek, lichtflitsen of dubbelbeelden. Ook kan men last hebben van licht en zelfs lichtschuw zijn of omgekeerd juist slecht zien in het donker. Deze onderwerpen zullen we de revue laten passeren, beginnend met minder scherp zien.

Verminderde gezichtsscherpte

Bij geleidelijk minder scherp zien is het momenteel gebruikelijk naar een opticien te gaan. Dit is logisch omdat het vaak om een bril gaat. Als de opticien met zijn onderzoek geen goed resultaat bereikt, behoort hij u via de huisarts naar de oogarts door te sturen. Dit zal hij ook doen, wanneer hij iets bijzonders van u hoort of iets aan uw ogen opmerkt.

Wanneer het gezichtsvermogen in korte tijd (binnen enkele weken) slechter is geworden, is het niet erg waarschijnlijk dat (andere) brillenglazen of contactlenzen de oplossing bieden en is een advies van een oogarts aan te raden.

 

Minder scherp zien op oudere leeftijd

Naarmate men ouder wordt, nemen de kansen op afwijkingen toe. Dit geldt uiteraard ook voor het gezichtsorgaan. Bij geleidelijk slecht zien op oudere  leeftijd zullen we behalve op de noodzaak van een bril of een aanpassing van de bril ook bedacht moeten zijn op andere aandoeningen en met name op ouderdomskwalen.

Veel voorkomende oorzaken van geleidelijk minder zien op oudere leeftijd zijn:

  • een andere brilsterkte,
  • staar,
  • een aandoening van de gele vlek,
  • glaucoom,
  • verder dient rekening te worden gehouden met het gebruik van medicijnen, eenzijdige voeding en overmatig alcoholgebruik. Bij diabetes mellitus (suikerziekte) kan het zien geleidelijk minder worden of vrij plotseling.


Bij plotseling slecht zien op oudere leeftijd denken we eerder aan:

  • vaatafsluiting in het netvlies, in de oogzenuw of in de hersenen,
  • bloeding in netvlies of glasvocht, bijvoorbeeld bij diabetes of bij vaat- en bloedziekten,
  • netvliesloslating.


Hoewel de achterliggende oorzaak van plotseling slecht zien veelal in beide ogen is te vinden, zal een vaatafsluiting, een bloeding of een loslating van het netvlies hoogst zelden in beide ogen tegelijk optreden.

Kortdurend slecht zien is een heel apart probleem. Het beeld valt even weg, maar komt bij rustig zitten of liggen in korte tijd weer terug. Slechts bij hoge uitzondering komt het tijdens een spreekuurbezoek voor. Dit zou puur toeval zijn. De oorzaak is daardoor niet zo gemakkelijk vast te stellen. Maar omdat het verschijnsel op oudere leeftijd vaker voorkomt, gaat het waarschijnlijk om een vaataandoening, zeker wanneer een vaatlijden of hoge bloeddruk bij de patiënt bekend is.

Minder scherp zien op jongere leeftijd

Op jeugdige of jong volwassen leeftijd is geleidelijk slecht zien vrijwel zonder uitzondering te verhelpen met een bril of contactlenzen. Uitzonderingen zijn een erfelijke aandoening van het netvlies of van de oogzenuw.

Bij snelle verslechtering van het zien op jongere leeftijd gaat het meestal om een ontsteking van de oogzenuw. Veel minder vaak komen ontstekingen van het netvlies en vaatvlies voor. Bij ontstekingen van oogzenuw, netvlies en vaatvlies wordt het oog niet rood en wordt door de patiënt ook geen pijn aangegeven. Bij een oogzenuwontsteking kan pijn bij bewegen van het oog worden gevoeld.

Minder scherp zien bij baby's

Een heel aparte groep vormen de baby's van wie wordt vermoed dat zij minder goed zien. Er kunnen verscheidene redenen voor zo'n vermoeden bestaan. Kort na de geboorte zijn 'trillende ogen' een aanwijzing dat er met het zien iets aan de hand is. Hieraan is in dit hoofdstuk een afzonderlijk gedeelte gewijd.

Bij een wat oudere baby kan het de ouders al vrij snel opvallen dat het kindje hen niet aankijkt of voorwerpen niet volgt die langzaam worden bewogen. Zelfs bij een vermoeden op slecht zien is uiteraard een consult van de oogarts aangewezen.

Niet goed zien met één oog kan bij baby's niet zo gemakkelijk worden opgemerkt. Een aanwijzing hiervoor is loensen (scheelzien) met één oog. Meestal trekt een oog naar de neuszijde, hetgeen een onderzoek van oogarts en/of orthoptist nodig maakt.

Uitval in het gezichtsveld

Het gehele gebied dat wij kunnen overzien terwijl we recht vooruit kijken, wordt het gezichtsveld genoemd. Het gezichtsveld is van groot belang in het dagelijks leven, bijvoorbeeld om te voorkomen dat we ergens tegenaan lopen, over stoeprandjes struikelen of iets omstoten. In het verkeer is een goed gezichtsveld uiteraard van het grootste belang. Met name in het stadsverkeer kan door uitval van een deel van het gezichtsveld gemakkelijk een voetganger of fietser 'over het hoofd' worden gezien. Een uitval (defect) in het gezichtsveld is te beschouwen als een 'dooie hoek'.

Een uitval in het gezichtsveld wordt zelden als klacht naar voren gebracht. Veelal is de betrokkene er zich niet van bewust. Hij vindt dat hij goed kan zien. Dit komt omdat bij uitval van een deel van het gezichtsveld het recht vooruit zien normaal kan zijn, waardoor lezen of tv-kijken geen problemen geeft. Buiten de gele vlek zien we alleen grotere voorwerpen en vooral bewegende voorwerpen. Wanneer dit heel geleidelijk minder wordt, valt het niet zo gauw op.

Patiënten met een gezichtsvelduitval wekken nog wel eens onbegrip op. Dit is begrijpelijk, wanneer iemand regelmatig iets omstoot of ergens tegen aan loopt, maar wel gewoon de krant zit te lezen of tv zit te kijken. Al gauw wordt er gezegd 'kijk toch beter uitje doppen' of wordt er gedacht 'wat een onhandige kluns'. Vooral bij kinderen kan dit gebeuren, maar gelukkig komt een defect in het gezichtsveld bij hen zelden voor.

Wanneer het gezichtsveld helemaal rondom beperkt is, spreken we van kokerzien. In dit geval is echt sprake van met doppen op kijken. U kunt dit zelf nabootsen door met kokertjes voor de ogen rond te lopen.

Niet zelden wordt een uitval in het gezichtsveld bij toeval ontdekt. Dit kan zelfs met kokerzien gebeuren.

Oorzaken van een gezichtsvelduitval zijn bijvoorbeeld:

  • netvliesloslating: het ontstaat binnen één dag of enkele dagen en wordt meestal als een schaduw of voorhangend gordijn opgemerkt.
  • retinitis pigmentosa: een erfelijke aandoening van het netvlies, die zeer geleidelijk verloopt. Een defect wordt niet zo gauw bemerkt.
  • glaucoom: een defect wordt vaak pas gevonden bij aanvullend onderzoek wanneer een hoge oogdruk is gevonden.
  • afwijkingen van de oogzenuwbaan of in de hersenen: een defect wordt veelal bij aanvullend onderzoek vastgesteld.

 

Nachtblindheid

Slecht zicht in schemer en donker is een veel gehoorde klacht. Meestal wordt van nachtblindheid gesproken en zo wordt het ook ervaren. Het maakt personen onzeker, vooral bij autorijden op onverlichte secundaire wegen.

In het donker worden de staafjes in het netvlies gebruikt. Minder goed functioneren van de staafjes is dan ook een bekende oorzaak van nachtblindheid. Samen met afwijkingen in het gezichtsveld komt het onder meer voor bij retinitis pigmentosa, een bekende erfelijke aandoening van het netvlies en bij een vitamines tekort. Dit laatste zal in onze geciviliseerde en gevitaminiseerde maatschappij niet zo gauw worden aangetroffen. Een groep, waarmee rekening moet worden gehouden, zijn bejaarden die een weinig gevarieerde voeding krijgen of darmstoornissen hebben.

Maar ook zonder ziekten of vitaminegebrek lopen verschillende functies bij het ouder worden terug, ook het zien. Ouderen bemerken dit, doordat zij bij lezen of ander fijn werk meer behoefte krijgen aan goed licht. Echt nachtblind kunnen we dit niet noemen.

Minder bekend is dat ook door nauwe pupillen het zien in het donker slechter wordt. Toch is dit logisch, omdat de pupil als een diafragma de hoeveelheid licht regelt die het oog binnenkomt. Na een oogdruppel, die de pupil nauwer maakt, is duidelijk te merken dat alles wat we zien donkerder wordt.

Tenslotte is bij bijziendheid ook met bril het zien in de verte minder goed in het donker, zeker wanneer de bril wat aan de zwakke kant is. Dit valt vooral op bij autorijden in donker regenachtig weer op een slecht verlichte weg en natuurlijk ook in de bioscoop.

Het zien in het donker is waarschijnlijk voor ons allemaal gevoelsmatig aan de krappe kant. We zouden het beter willen hebben, want de klacht wordt regelmatig gehoord, terwijl bij onderzoek veelal geen afwijkingen kunnen worden aangetoond. We zullen het ermee moeten doen. Extra vitamine slikken heeft geen zin wanneer we normaal gevarieerd eten.

Dagblindheid of totale kleurenblindheid

Het omgekeerde van nachtblind is dagblind. Het is minder bekend en ook uiterst zeldzaam. Het ontstaat wanneer in plaats van de staafjes juist de kegeltjes niet goed functioneren. Patiënten bij wie de kegeltjesfunctie geheel ontbreekt, zien helemaal geen kleuren, maar alles in tinten grijs. Dit wordt een totale kleurenblindheid (achromatopsie) genoemd. Doordat zij alleen met de staafjes kijken, hebben zij veel last van licht en zijn overdag continu verblind. Ook het zien is sterk verminderd, vooral bij daglicht en zeker in de zon. In schemer of met een donkere zonnebril is het zien prettiger. Totale kleurenblindheid is uitermate zeldzaam. De oorzaak is vrijwel altijd een aangeboren defect, dat gedurende het leven niet verandert en waaraan ook niets kan worden gedaan.

Totale kleurenblindheid is uiterst zeldzaam. Het is vergelijkbaar met het zicht van nachtdieren.

Kleurenzienzwakte

Een kleurzienzwakte komt vooral bij mannen erfelijk aangeboren voor. Meestal gaat het om een roodgroen zwakte, die gedurende het leven hetzelfde blijft en die niet kan worden verbeterd. De overerving gebeurt net als bij de bloederziekte (haemofilie) van grootvader via de vrouwelijke lijn naar een kleinzoon of naar een achterkleinzoon. De gezichtsscherpte en het gezichtsveld blijven normaal. In het dagelijkse leven geven deze aangeboren roodgroen stoornissen dan ook over het algemeen weinig problemen. Beperkingen zijn er slechts voor bepaalde specifieke beroepen.
 
Naast aangeboren kleurzienstoornissen komen er ook verworven kleurzienstoornissen voor. Deze stoornissen blijven niet hetzelfde maar veranderen met de ernst van de oogaandoening. Ze hoeven niet beperkt te zijn tot een roodgroen stoornis. Ook stoornissen voor gele en blauwe kleuren worden aangetroffen. De gezichtsscherpte is meestal verlaagd.

Oorzaken kunnen zijn:

  • oogzenuwontstekingen
  • gebruik van ethambutol of myambutol
  • erfelijke netvlies- of oogzenuwaandoeningen die bij de geboorte nog niet aanwezig zijn, maar die later optreden.


Lichtschuwheid en verblinding

Bij ontstoken ogen is daglicht en vooral zonlicht vaak onprettig. Een zonnebril geeft dan rust. We spreken van lichtschuwheid. Ook zonder oogontsteking komt lichtschuwheid voor, zoals bij niet goed functioneren van de kegeltjes in het netvlies. Verder ontstaat het wanneer er teveel licht in het oog komt, zoals bij een grote pupil door pupilverwijdende oogdruppels. Eenzelfde effect krijgen we bij een normale of zelfs nauwe pupil wanneer het regenboogvlies (iris) door gebrek aan pigment licht niet voldoende tegenhoudt. Vergelijk het met vitrage voor de ramen in plaats van dikke overgordijnen. Ook vitrage houdt nauwelijks licht tegen. Pigmentgebrek kan voorkomen bij mensen met vlasblond haar (albinisme).

Door een ongeval kan een deel van het regenboogvlies verloren gaan. Vooral wanneer dit aan de onderzijde van het oog gebeurt, kan er vals licht het oog binnenkomen en verblinding geven. Verblinding is niet precies hetzelfde als lichtschuwheid. Bij verblinding zien we slechter bij tegenlicht, bijvoorbeeld bij een laagstaande zon. Iedereen heeft hier natuurlijk last van, maar bij bepaalde aandoeningen is het slecht zien bij tegenlicht veel erger. Het is bijvoorbeeld een typisch kenmerk van staar, waarbij licht in het oog wordt verstrooid door de troebelingen in de ooglens.

Sluit de voorlees functie

Door deze site te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen